04. Elfjes reizen per post

Ik kwam vanmorgen beneden. Om kwart over ZES! Oma wil mij laten wennen aan het 'plattelands leven' zegt ze.

Maar goed, de slaap zat dus nog in mijn ogen toen ik vanmorgen de keuken in liep. Oma was bezig met een of ander recept uit dat maffe kookboek van haar. Maar ik ben gelukkig al een heel eind over die waanzin heen. 

Er is de laatste paar dagen namelijk niets geks gebeurd. 

Oma is volop bezig met de voorbereidingen voor haar 80e verjaardag. Volgens mij maakt ze plannen om in de volle maan naakt in het midden van een heksenkring een dansje te doen voor haar 'magische gaven' en wie ben ik om haar tegen te houden. 

Er zit toch een gigantisch weiland tussen ons en onze buren dus niemand die haar zal zien. Behalve de varkens dan. 

Maar goed, ik kwam dus in de keuken, oma was aan het koken en had totaal niet in de gaten dat Pluto zo'n best stond te piepen bij de achterdeur. Die stond natuurlijk zo'n beetje op knappen en dus besloot ik oma maar even te laten om zelf de kleine speelgoedhond uit te laten. 

Eigenlijk is het best lekker om geen buren te hebben. Kan je lekker ongegeneerd de hond uitlaten op je eigen erf zonder dat iemand het ziet. Thuis zou ik echt nooit mijn appartement hebben verlaten. Ik heb mijn pyama nog aan, met mijn sloffen eronder een een verwilderde out-of-bed staart in mijn haar. 

Terug in de stad ging ik de deur echt niet uit zonder eerst te make-uppen, mijn haar te hebben gedaan en een hippe outfit aan te trekken voor het geval dat ik de leuke overbuurman tegen zou komen op de hal. 

Het was al licht, wel frisjes. Ik keek uit over het weiland terwijl Pluto zijn ding deed tegen het houten hek. 

Heerlijk, die rust. Alleen ik en Pluto in de wijde omgeving, en oma dan. 

"Ben jij Adriana de Vries?" Ik schrok, draaide me veel te snel om, raakte verstrikt in Pluto's riem en viel vlak op mijn gat voor het hek. 

"Auw." klaagde ik. Ik kan echt heel zielig kijken. Nog een talent van mij, niet bepaald nuttig maar toch. Ik keek naar het hek, naar de bron van de stem. Oe!! Er hoorde echt een mega-knappe man bij die stem. Okay, hij liep wel rond in een opa-achtige, bruine ribbroek en een idioot ouderwets fanfare jasje, maar God, wat een lekker ding. 

Crap, en zit ik hier in mijn pyama met mijn rommel-staart. 

"Ben jij Adriana de Vries?" vroeg hij me nog een keer. 

"Hoe weet jij dat?" vroeg ik hem, lekker achterdochtig. Hey, kun je me dat echt kwalijk nemen? Ik bedoel er zijn toch wel vreemde dingen gebeurd mijn eerste dagen hier op de 'farm'. 

Hij hielp me overeind. 

"Als jij Anke bent dan denk ik dat mijn oma me zou vermoorden als ik je niet vraag welke anti-aging creme je gebruikt." antwoord hij. "Ik ben de postbode, jou naam staat op de enveloppe." 

Hij overhandigde me een bruine enveloppe. In sierlijke letters stond mijn naam erop geschreven. 

"Er staat geen afzender op." zeg ik. De 'postbode' knikt. "En ook geen adres... alleen mijn naam. Hoe wist je dat je hier moest zijn?" 

"Anke nodigt me altijd uit voor een kopje thee met veel te veel suiker." antwoord hij. "Ze heeft het wel eens over je gehad." 

"Oh..." zeg ik, ik kan soms zo heerlijk intelligent klinken. Ik bedenk me hoe ik heel subtiel de stiek uit mijn haar kan halen, om hem dan vervolgens te verleiden door mijn shampoo-reclame haar in slow motion los te schudden.

Ik breng mijn hand omhoog, pak het stiekje vast... trek hem voorzichtig naaAUW!!!!

"KUT!!!" Ik sla snel mijn hand over mijn mond. Serieus, ik heb echt geen idee waar ik zo heb leren vloeken. Hij lacht. 

Waarom moest dat F**ing stiekje nou knappen? Dat heb ik weer, probeer ik eruit te zien als Kim Feenstra maar dan lijk ik meer op Bridget Jones. Ik voel me echt zo'n doos. 

Maar, ondanks mijn blunder blijft de knappe postbode wel staan.

"Uhm... heb je zin in een kopje thee met preciés genoeg suiker?" vraag ik.

Hij knikt.

 

En daarom zat ik dus vanmorgen. Om HALF ZEVEN 's morgens met een überknappe postbode aan de keukentafel een kopje thee te drinken. Alles lijkt perfect. LIJKT, want oma zit gezellig bij ons en zit eigenlijk continu de aandacht van de knappe postbode, die 'Luca' schijnt te heten, op te vragen.

Echt niemand lette op mij. Daarom besloot ik maar om mijn enveloppe open te maken.

Er viel wat glitter op het tafelblad. 

"Grappig." mompelde ik, not amused, want ik mocht natuurlijk zelf straks die glitter opruimen. Opeens tuimelde er nog iets uit de enveloppe... het landde in het midden van de glitterr en zag er heel zielig uit.

"Oh... mijn God."

Dit is duidelijk dag 4 van mijn gekte want in het midden van het hoopje glitter lag een klein wezentje met libele-achtige vleugels... en een mensenlijfje, maar dan ieniemini. Als ik niet beter wist zou ik zeggen dat het een elfje was.

03. Het grote nep-kookboek

Okay, ik ben gewapend. Ik heb een deegroller gevonden in een van oma's kastjes waar gelukkig geen kabouters in zitten. Ik ben helemaal klaar om nog eens een kijkje te nemen in het kastje. 

Shit, daar heb je Pluto weer. De kleine kefferd rent vrolijk rondjes om mijn voeten en snuffeld over de vloer in de hoop dat ik iets vergeten ben op te ruimen. Maar natuurlijk heb ik alle scherven al opgeruimd. 

"Wat ben je aan het doen?" Vraagt oma. Ik had haar niet eens binnen horen komen! Geschrokken draai ik me naar haar om en verstop ik zo snel mogelijk de deegroller achter mijn rug. 

Ik heb echt talent voor schijnheilig klinken, want niemand zou me hebben geloofd op dat moment toen ik met een schel, zenuwachtig stemmetje zei: "Niks" 

Oma kijkt me aan, één opgetrokken  wenkbrauw die me zegt dat ze me voor geen meter gelooft. Ik kan niet tegen die blik. Die blik heeft de kracht om van mij een heilige te maken, want het geeft mijn geweten een schop onder zijn kont. 

"Ik... wilde wat gaan bakken." wordt net zo min geloofd, is natuurlijk ook net zo min waar. 

"Adriana Petronella Maria de Vries!!!" Oooh, dat is erg... als ze met doopnamen gaat smijten. 

"Volgens mij zit er iets in de kast." zeg ik uiteindelijk. Oma kijkt me met grote ogen aan. Ze weet het, ze weet wat ik denk te hebben gezien. 

"Ja!" zegt ze. "Volgens mij ook. Kom eens hier kindje." oma schuift een stoel uit bij de eettafel en wenkt me om bij haar te komen zitten. 

"Kijk" zegt ze terwijl ze wat dingetjes uit het zakje op haar schort vist. Ze verspreid ze over de tafel. "Ik heb bewijs." 

Op de tafel liggen vier dingen. Een oud koekje waar al groen pluis op staat, een lok blond... nee meer goudkleurig haar, een klein lampje en een vergrootglas.

"Ja..." zeg ik sceptisch. "Ik zie het. Keihard bewijs." 

"Ongelovige Trien, kijk eens goed." ze wees naar een plekje op het koekje. "Zie je dat, iemand heeft duidelijk een hapje genomen." ze houd het vergrootglas erboven. 

Voor mij is het nog niet bepaald 'kei-hard bewijs' maar goed, ik besluit om oma het voordeel van de twijfel te geven. 

"Ja ik zie het, maar dat kan net zo goed een muis zijn geweest." zeg ik. Oma zucht een rolt met haar ogen. 

"En dit." ze houd nu het vergrootglas boven een klein plekje op het glas van de gloeilamp. "zie je dat, dat heeft dat dwaallicht gedaan toen hij probeerde om..." 

"Ik herinner me het nog oma." onderbreek ik haar. 

"Dat is een stuk van zijn kleertjes, die zijn vastgeschroeid aan de lamp omdat die nog zo heet was toen hij er tegenaan probeerde te rijden." 

Okay, ik zie wel een zwart plekje... maar ik ben nog niet overtuigd hoor. Dat zeg ik ook. 

"Ik ben nog niet overtuigd." 

"Niet!!?" vraagt oma, geïrriteerd. Ze staat op, de stoel valt bijna om, en loopt naar het raam. Ze doet eerst de lamp aan en vervolgens maakt ze alle luiken dich. 

"Probeer dit maar eens te verklaren." Ze knipte de lamp uit en ik merkte meteen dat er nog ergens anders licht vandaan kwam. Ik keek rond, op zoek naar de bron tot mijn ogen vielen op de lok haar. 

"Holy crap." zei ik, niet in staat om mijn schok te verbergen toen ik zag dat het plukje een gouden gloed verspreidde, als de vlam van een kaars. "Wat de F!!?" 

"TAAL!!" zei oma, terwijl ze de luiken weer open deed. 

Oma vind het niet altijd even prettig dat ik kan vloeken als een bouwvakker, maar volgens mij is het op sommige momenten veroorloofd. Zoals dit, momenten waarop je gewoon bewijs hebt dat er vreemde wezens bestaan. 

"Wat doen die dingen hier?" vroeg ik zachtjes, nog steeds in schok. 

"Blij dat je het vraagt kindje." zei oma, voor ze ging zitten haalde ze een dik, oud ogend kookboek van de plank. "Kijk." ze legde het boek voor ons neer. Boven de bladzijde's staken vele felgekleurde post-it papiertjes uit. Ze bladerde naar een bladzijde met een gele post-it ertussen. 

In het boek stond en tekening van een kabouter, een blote kabouter met een meetlintje ernaast wat aangaf dat dee kabouter ongeveer 15 cm groot zou zijn. Volgens de tekst die erbij stond zijn kabouters in principe niets anders dan bosgeesten, bewakers van de natuur en de dieren die in het groen leven. Vossen, dassen, herten enz. Dus wat dat betreft zat David de Kabouter best dicht bij de waarheid. 

"Wat voor kookboek is dit?" kon ik niet nalaten om te vragen. "Het ziet eruit als een boek waar je een recept voor smurfensoep kunt vinden." 

Oma haalde de valse kaft van het boek en liet me de titel zien. "Onwerkelijke gebeurtenissen en de bovennatuurlijke schepsels die er veelal verantwoordelijk voor zijn."  Er stond geen auteur bij.

"Niet echt een pakkende titel, zoals Twilight of Harry Potter." mompelde ik. Oma dwong mijn aandacht weer naar de bladzijde. 

"Lees verder." 

Ik las verder. Over allerlei verschillende kabouters, Zoals de Hob en de Gnoom, en over Brownies en Kikimora's. Er zijn echt superveel verschillende soorten kabouters, als je het boek mocht geloven. 

Onderaan de bladzijde had oma een stuk tekst overgetrokken met markeerstift. Typisch oma hè, totaal geen respect voor antieke boeken. Dacht ik bij mezelf. 

"Kabouters, trekken net als dwaallichten, zeemeerminnen, elfen, puca's en witte wieven naar plaatsen van verhoogde magie en kondigen vaak de komst van een kind aan of het ontwaken van verborgen krachten." 

"Nou ik ben niet zwanger hoor." zeg ik voor de grap. Oma vind het niet leuk. 

"Dat gaat natuurlijk over mij!" zegt ze. "Ik wordt binnenkort 80 ik denk dat dan mijn magische krachten ontwaken." zegt ze. 

Ik schud mijn hoofd. Oma lijkt overtuigd. 

"Oma, weet je wel hoe sto... raar dat klinkt?" vraag ik terwijl ik mijn stoel uitschuif en opsta om een pot thee te zetten.

"Hoe verklaar je anders dat die kabouters naar mij zijn gekomen?" wil de oude vrouw weten. 

"Wat zijn Puca's?" vraag ik me opeens af. Sorry, ik ben niet altijd even consequent. Sommige vragen overvallen me soms pas wat later. 

"Kabouterachtigen die van vorm veranderen. Verschijnd als dier en houd van raadsels erg sociaal." legt oma uit. 

"Staat dat ook in het boek?" vraag ik. 

"Vast wel, maar ik heb dit op Wikipedia gelezen." 

 

Ik weet nog niet waar ik meer moeite mee heb om te geloven. Dat kabouters en zeemeerminnen en weet ik veel wat bestaan, dat oma waarschijnlijk op haar 80e verjaardag in een toverkol veranderd of het feit dat oma wikipedia kent. 

Ik had echt geen flauw idee dat ik me dit allemaal op de hals zou halen toen ik aanbood om voor oma te gaan zorgen. Ik vraag me af wat er allemaal nog meer te gebeuren staat, want dit is pas dag 3 van mijn gekte. 

02. Oma wassen en de stal uitmesten?

Misschien was ik net niet echt duidelijk in mijn verhaal. Ik begin zomaar de tieren over kabouters en jullie weten niet eens wie ik ben of hoe het komt dat mijn leven zo maf is. 

Ik zal even wat meer over mezelf vertellen. Ik heet dus Adriana, lekker oubollige naam. Zeggen ze tenminste, ik vind hem zelf prima maar de Lana's en Loïs-en en de Michele's vinden mijn naam oubollig. Prima, maakt me ook niet uit. Het gaat niet om mijn naam. Het gaat om mijn oma die ze onlangs niet allemaal meer op een rijtje heeft. 

Mama belde me na mijn werk en zei dat we nog diezelfde avond 'familie-vergadering' zouden hebben over oma. Dat wil dus zeggen: Mama en Ton (haar vriend die een beetje doet denken aan Sjakie uit Flodder), mijn broers Henry en Ruben allebei met hun vrouwen en mijn zus Kate met haar verloofde Nicolai... één of andere zakenpak uit Rusland. Volgens mij gebruikt hij mijn zus gewoon voor een verblijfsvergunning maar dat is natuurlijk niet mijn plaats om over te oordelen. 

Anyway. Of ik alsjeblieft in mijn auto wilde stappen en twee en een halfuur naar Amsterdam zou willen rijden omdat we het moesten hebben over oma. En mijn moeder zal dan echt niet accepteren dat ik net de hele dag keihard heb gewerkt in het tuincentrum en dus doodmoe ben. Nee, komen moest ik. 

Ik viel tot twee keer toe bijna in slaap achter het stuur, ondanks de heavy metal cd van een ex van me, maar gelukkig wist ik zonder kleerscheuren Henry en Lorena's huis te bereiken. Gelukkig lagen de kinderen al op bed, want hoeveel ik ook van mijn nichtjes houd, ik had nu echt geen zin meer in twee drukke 'prinsesjes' aan mijn broek. 

Lorena deed de deur voor me open en maakte meteen een kutopmerking over mijn tas, iets in de trant van "Oh, wat een leuke tas. Ik heb pas de ECHTE Loe-ie Vieton gekocht, maar hij lijkt best echt." 

Tja, niet iedereen heeft een man wiens fortuin we op kunnen maken aan triviale dingen zoals Louis Vuiton tassen. Dacht ik terwijl ik in mijn hoofd al zo'n honderd manieren had bedacht om vanavond per-ongeluk, express haar kostbare tas te mollen. 

Iedereen was er al. Logisch ook want ik moet natuurlijk het verst komen. Ze hadden voor mij zo'n harde houten eetkamerstoel klaargezet terwijl de rest al comfortabel plaats had genomen op de luxe bank en fautuils. 

"Dus..." zei Henry terwijl Kate voor iedereen een kopje thee in schonk. 

"Hoe is het met je?" vroeg Kate zachtjes, om Henry niet te storen. Ik glimlachte naar mijn zus. 

"Wel goed." loog ik terwijl ik dacht aan de ongeopende rekeningen, mijn lege appartement en de kutbaan waar ik morgen weer om kwart voor negen werd verwacht. 

Ze kwam naast me zitten en lette helemaal niet op Henry die probeerde de vergadering te openen. 

"Hoe is het met Nicolai?" vroeg ik. Ik was stiekem best opgelucht dat hij er niet was.

"Prima, hij is voor zaken terug naar Rusland. Hij denkt dat hij een promotie krijgt." vertelde Kate enthousiast.

Ja ja, dacht ik. 

"Kennelijk vind je oma's toestand niet interessant Adriana?" 

Oeps betrapt. Ik keek op en zag dat iedereen naar mij keek. Ik draaide me om naar Kate hopend op wat steun, maar Kate deed wat ze altijd al deed als ik door haar schuld in de problemen kwam... ze deed alsof haar neus bloedde.

"Ja, ja... natuurlijk wel." zei ik. Ik voelde me echt heel erg klein toen ik mama's betraande gezicht zag.

"Ik had alleen niet door dat we al waren begonnen. Ik denk dat ik nog een beetje suf ben van de lange rit."

"Is oma zo'n" in de lucht tekende Ruben van die haakjes, doet hij altijd als hij mij de les leest. "lange rit' soms niet waard?"

Ik verslikte me bijna in mijn thee. Ja, hoor ik zou ook eens niet op mijn donder krijgen voor het een of het ander tijdens een familie vergadering. Gelukkig had ik over de jaren wel geleerd hoe ik zo'n situatie het snelst kon verhelpen.

"Jullie hebben gelijk. Het spijt me." zei ik.

Ik heb mezelf geleerd om het spijt me te zeggen zonder het te menen. Vroeger kon ik dat nooit, want dan voelde ik me altijd heel schuldig. Maar toen heb ik mezelf een truucje geleerd. Ik heb 'het spijt me' een nieuwe betekenis gegeven in mijn hoofd het betekend zoiets als 'Fuck you' voor mij. Als ik echt spijt heb dan gebruik ik gewoon het woord sorry. 

Ruben, Henry en Mama leken tevreden. Lorena keek me nog even vol genoegen aan (zij kickt er volgens mij op om mij in de problemen te zien, dan voelt ze zichzelf superieur.)

"Wat ik dus zei..." ging Henry verder als een directeur die zijn personeel toespreekt. "Oma kan gewoon niet meer goed genoeg voor zichzelf zorgen."

Die uitspraak kwam als een verassing voor mij. Ik kwam toch best regelmatig bij oma, maar ik vond haar altijd nog erg jong van geest.

"Waarom niet?" vroeg ik. Lorena rolde met haar ogen.

"Oma heeft waanideeën. Laatst zei ze dat ze kabouters in haar keukenkastje heeft. Volgens mij is ze aan het dementeren. Volgens mij is het het beste om haar in een tehuis te stoppen."

De hele zin en de manier waarop Lorena het zei stond me tegen. Waar haalde ze het lef vandaan om over mijn oma te praten alsof ze ze niet allemaal meer op een rijtje heeft.

"We gaan oma echt niet in een tehuis stoppen." zei ik, mijn stem schel van opgekropte woede. Ik verwachte dat mijn broers en zussen, of in ieder geval mama zich wel bij me aan zouden sluiten, maar het bleef akelig stil om me heen. Ik keek de kamer rond. Stuk voor stuk staarde ze naar hun handen of voeten, of naar het tapijt. Niemand durfde me aan te kijken. Zo bleef het even tot Marjolein, de vrouw van Ruben de stilte verbrak.

"We kunnen natuurlijk ook een zuster inhuren." stelde ze voor.

Ik zuchte hoorbaar van opluchting. Gelukkig toch iemand die snapt dat een tehuis geen optie is voor oma.

"We hebben wel geïnformeerd naar de kosten van thuiszorg, maar we denken eigenlijk allemaal dat oma het niet fijn zal vinden als er een vreemde bij haar intrekt." 

"We stoppen haar niet in een tehuis." zeg ik als een koppig kind dat persé haar zin wil krijgen. 

"We hebben geen keus. Oma wil geen vreemde in huis, maar ze is ook niet meer in staat om zorg te dragen voor het huis en de tuin en zichzelf." zegt mama.

"We moeten stemmen." stelt Lorena voor, achterbakse trut. "Wie is er voor dat we oma in een tehuis stoppen?" vraagt ze.

Eén voor één steekt iedereen om me heen zijn hand op. Iedereen behalve ik. Lorena grijnst tevreden.

"Nee ik wil het niet!!" Roep ik kwaad. Ik stamp zelfs met mijn voet. "We kunnen haar niet zomaar in een tehuis stoppen. Als ze geen vreemde wil... Dan doe ik het wel!!!"

Nu had ik hun aandacht. Kate en Marjolein leken wel voor het idee te zijn, mama keek ook tevreden. Ruben, Henry en Lorena hadden zo hun bedenkingen.

"Jij weet toch helemaal niets van thuiszorg." zei Lorena.

"Nee, maar ik ken oma wel. En ik kan heus wel voor iemand zorgen hoor." verdedigde ik mezelf.

"En ga je haar dan ook wassen? En ga je ook de varkensstallen uitmesten?" vroeg ze. Ze vouwde hooghartig haar armen over haar borst en keek me met één opgetrokken wenkbrauw aan.

"Halo, iemand van thuiszorg zou de varkensstal ook niet uitwassen."

"Ik vind het wel een goede oplossing." zei mama. 

"Maar je baan dan?" vroeg Kate.

"Pfft, die zeg ik dan wel op. Als ik geen huur of eten hoef te betalen." zeg ik nonchalant.

"Dan betalen we gewoon het geld dat we anders aan een verzorgingstehuis kwijt zouden zijn aan Adriana, dan heeft ze toch nog haar inkomsten." stelde Marjolein voor.

Het was even stil, iedereen moest er even over nadenken. En net op het moment dat ik eigenlijk terug wilde krabbelen zei Henry.

"Dan proberen we het voorlopig maar zo."

 

Zo werd het besloten. De volgende morgen heb ik mijn baan opgezegd. Heb ik mijn spullen gepakt en ben ik naar oma's boerderij gereden. En zo is dus alle waanzin begonnen... dus eigenlijk was dit dag één van mijn waanzin.

01. Kabouters in mijn Keukenkastje

Ik durf niet te zeggen of dat ik al langer gek ben, of dat het vandaag pas is begonnen, want kom nou. Kabouters bestaan toch niet? 

Misschien is het wel besmettelijk, wat oma heeft. Misschien had ik nooit hier naar toe moeten komen. Ik bedoel, drieëntwintig is toch een beetje jong om al dement te worden.

Oma zou het wel fijn vinden denk ik. Maar ja, als ik haar vertel wat ik dacht te hebben gezien dan stimuleer ik haar gekte misschien alleen maar. Nee, het enigste wat ik nu kan doen is mijn moed verzamelen en kijken of dat er inderdaad iets in het keukenkastje zit. Een klein momentje lezer... ik ga even kijken. 

Ik wil helemaal niet opstaan. En ik wil al helemaal niet dat kastdeurtje opendoen. 

Misschien is het maar een muis. EW, dat hoop ik niet. Ik heb zo'n vermoeden dat ik zo'n type vrouw ben die bij het zien van een muis binnen no-time op een krukje springt. Net als in die oude Tom & Jerry filmpjes. Kennen jullie die nog? 

Okay, hier gaat ie dan. Langzaam... heel erg langzaam breng ik mijn hand naar de knop op het deurtje van het keukenkastje. 

Oh wacht! Als ik het kastje langzaam open doe dan weten die kabouters natuurlijk dat ze zich snel moeten verstoppen. Dan maar heel snel.

1...2...3!!!

Mijn ogen zijn nu waarschijnlijk net zo groot als de schoteltjes in de kast. Want het is waar. Ik heb het echt gezien. Geen twijfel mogelijk. OMA HEEFT KABOUTERS IN HAAR KEUKEN!!!

Eigenlijk van schrik heb ik het deurtje meteen weer dicht gegooid. 

Ik wil hem nog eens zien. Deurtje weer open, maar onmiddelijk moet ik een stap achteruit doen want die kleine ondeugd duwt gewoon één van oma's porseleinen theekopjes uit de kast. 

De scherven schieten alle kanten op op de houten vloer. Ik moet er echt heel snel voor zorgen dat Pluto de keuken uit is, voordat hij zijn pootjes openhaalt aan een van de scherven. 

De nieuwsgierige kleine pincher is er namelijk als de kippen bij als er iets valt. Hij denkt dat het eten is. 

Ik pak mijn oma's speelgoed hondje op en breng hem naar de woonkamer waar ik hem insluit bij mijn oma. Hij blaft een paar keer en krast met zijn pootjes over de deur voordat hij kalmeert. 

Ik heb ondertussen zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd staan. Ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan. Is dementie genetisch bepaald. Ben ik eigenlijk wel gek, als het echt is? Is mijn oma dan wel echt gek of gewoon gefrustreerd omdat niemand haar geloofde toen ze verkondigde dat ze kabouters in haar keukenkastjes had en... Sorry even nadenken wat ze ook al weer nog meer had gezegd. Oh ja! Elfjes in de afwasbak in het kastje onder de gootsteen, een dwaallicht die constant tegen de zolderlamp probeerde op te rijden (ja, zoals hondjes) en volgens mij had ze ook nog iets gezegd over een zeemeermin in de regenton. 

Allemaal dingen die ik uit moet zoeken. Ik houd jullie op de hoogte, dit is slechts dag één van mijn waanzin.